Achtergrond
De jeugdsector heeft een groot aanbod op het vlak van werken aan
diversiteit. Heel wat jeugdorganisaties zijn al op de boot gesprongen en zien
diversiteit als een meerwaarde voor een kwaliteitsvolle werking. Toch vrezen heel wat organisaties uit de boot te vallen, omdat ze moeilijkheden hebben een breed draagvlak te creëren. Alsook zijn er heel wat organisaties die de boot hebben gemist of weigeren op de boot te stappen om principiële redenen. Het is mooi gesteld dat
diversiteit moet ingewoven zijn op alle organisatieniveaus van een jeugdorganisatie, maar in de praktijk loopt dit niet altijd even vlot. De praktijk geeft aan dat het moeilijk is om
diversiteit duurzaam te verankeren in het jeugdwerk.
Verschillende pijnpunten liggen aan de basis:
- De professionele werkkrachten veranderen snel van werk waardoor de opgebouwde expertise inzake diversiteit te weinig verankerd wordt;
- Het projectmatig werken waardoor bij uitval van subsidies het project stilvalt of bij gebrek aan succes verliezen vrijwillige of professionele werkers hun motivatie;
- De complexiteit en het langdurige proces om aan de slag te gaan met diversiteit;
- De jeugdwerkers diversiteit zien als een extra belasting van hun takenpakket waardoor ze niet de tijd en energie vinden om dit om te zetten in praktijk.
Doel van het onderzoek
Door bevraging van 11 jeugdorganisaties van verscheidene aard, peilen we naar de aanwezige expertise op vlak van
diversiteit.
We kiezen voor een praktijkgericht onderzoek, maar zullen dit onderbouwen met een theoretisch kader waar
diversiteit en associeerende concepten betekenis krijgen. We zoeken naar antwoorden en oplossingen op vragen uit het werkveld. Een efficiënte analyse van de verzamelde data zal ons helpen om een rode draad doorheen de
diversiteit kluwen in de jeugdsector te vinden.
De hoofdvraag focust zich op: "Hoe brengen jeugdwerkorganisaties
diversiteit binnen in hun organisatie?". Door middel van een beleidsanalyse, schriftelijke vragenlijsten en een mondelinge bevraging trachten we een stand van zaken op te stellen. We hopen hierbij antwoord te krijgen op de volgende deelvragen:
- Wat is de gedeelde visie van jeugdorganisaties rond diversiteit in de jeugdsector?
- Welke stappen onderneemt een jeugdorganisatie om tot diversiteit te komen op de verschillende organisatieniveau's (aanbod, doelgroep, personeel- en/of vrijwilligersbeleid, bestuur en vorming)
- Welke kennis, houding en vaardigheden dienen binnen een organisatie verworven te worden om diversiteitsdenken om te zetten in de praktijk?
Een vergelijkende praktijkstudie zal ons interessante inzichten kunnen bieden alsook tips, ideeën en strategiën die tot verbetering van de praktijk kunnen leiden. Dit is een manier om tegemoet te komen aan de vraag vanuit de jeugdsector om praktijkervaringen rond
diversiteit uit te wisselen en aanbevelingen te formuleren naar het
jeugdbeleid.
Uitwerking van het onderzoek
11 jeugdorganisaties verleenden hun samenwerking waardoor we op goede weg zijn om heel wat informatie te verzamelen. In samenwerking met de stuugroep beslisten we om de organisaties eerst te onderwerpen aan een schriftelijke vragenlijst op onderzoek.nl. Begin september 2009 startten we met eerste analyse van de verzamelde gegevens alsook deden we een screening van de
beleidsnota's en visietekstsen. Dit had als doel het opstellen van een zeer specifieke vragenlijst voor de mondelinge bevraging die zal plaatshebben in oktober 2009.
December en januari nemen we de tijd voor een tweede analyse, waarmee we hopen een onderzoeksrapport te publiceren in maart-april 2010.