Intergouvernementele, supranationale organisatie van in meerderheid Europese staten(nu 27). In 1993 ingesteld door het Verdrag van Maastricht. Taken EU: begroting, wetgeving, controle en benoeming.
steunt op drie pijlers:
In november 2009 nam de Raad van Ministers een nieuwe resolutie aan waarin de lidstaten overeenkomen om in de periode van 2010 tot 2018 op het vlak van de Europese samenwerking rond jeugdzaken een aantal doelstellingen na te streven binnen 8 actiegebieden: onderwijs en opleiding, werkgelegenheid en ondernemerschap, gezondheid en welzijn, participatie, vrijwilligersactiviteiten, sociale inclusie, de jeugd en de wereld en creativiteit en cultuur. Via een vernieuwde open coördinatiemethode, de keuze voor driejaarlijkse werkcycli met eigen prioriteiten en het politieke engagement van de lidstaten hoopt de Raad sterke vooruitgang te boeken de komende jaren binnen de vernieuwde EU-strategie voor jongeren.
Spanje, België en Hongarije hebben het thema jeugdwerkgelegenheid als gemeenschappelijke prioriteit vastgelegd voor de eerste werkcyclus tijdens hun EU-jeugdtrio (januari 2010 tot juni 2011). Daarnaast legt België (en Vlaanderen) het thema jeugdwerk vast als prioriteit tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap van juli 2010 tot 31 december 2010. Op dat moment zal België het initiatief nemen om binnen de Raad een jeugdwerkresolutie aan te nemen waarin de rol van jeugdwerk in de samenwerking wordt erkend en vesterkt. Tijdens de eerste Europese jeugdwerkconventie in juli 2010 te Gent, zullen honderden jeugdwerkers en vrijwilligers uit heel Europa inhoud en vorm geven aan deze resolutie. Voor de Vlaamse jeugdsector dus essentieel om dit van nabij op te volgen!
Het geeft subsidies aan projecten die het Europese burgerschap onder jongeren willen stimuleren. JINT is verantwoordelijk voor de uitvoering van het Programma in Vlaanderen. Voornaamste doelstellingen van het Youth in Action programma:
Youth in action biedt jongeren en jeugdorganisaties 5 mogelijkheden:
De Europese Unie werkt aan een jeugdbeleid voor al haar lidstaten. In 2001 werd de boel op gang getrokken met de lancering van het witboek voor jeugd. Daarin worden een aantal doelstellingen (informatie, participatie, vrijwilligerswerk, kennis en onderzoek) aangereikt waar elke lidstaat aan moet werken en dit via de Open Coördinatiemethode (OMC). (OMC houdt in dat elke lidstaat rapporteert over de lokale stand van zaken voor de verschillende doelstellingen. De Europese Commissie maakt een grondige synthese van alle nationale rapporten. Daarnaast stuurt ze op basis van de aanbevelingen van elke lidstaat, haar doelstellingen bij. Om de twee jaar wordt er van elke doelstelling een nationaal rapport verwacht).
Momenteel wordt de evaluatie afgerond. Op basis van deze evaluatie wordt er volop gewerkt aan een hernieuwing en de uitwerking ervan.
Via de gestructureerde dialoog wil men dialoog en discussie organiseren op lokaal, regionaal en nationaal niveau en dit met zoveel mogelijk jongeren. De bevindingen hiervan dienen voor input in de dialoog op Europees niveau (op de Youth events). Deze bottom-up benadering moet ervoor zorgen dat jongeren meer betrokken worden bij Europese discussies.
Het Pact voor de Jeugd werd aangenomen door de Raad van ministers van Jeugd in 2005. Het Pact is ontstaan in het kader van de Lissabondoelstellingen . Europa moet tegen 2010 de grootste kenniseconomie ter wereld zijn, en dat heeft zijn gevolgen voor jongeren.
Het Pact slaat de brug tussen de verschillende acties die er reeds zijn voor jongeren op Europees niveau. Het legt daarnaast inhoudelijke accenten op mobiliteit van jongeren, een betere afstemming van gezin en werk, jeugdwerkloosheid en dergelijke.
Elke lidstaat zal eveneens een nationaal rapport over de vorderingen in hun land moeten uitbrengen bij de EC.
Momenteel is er volop een evaluatie aan de gang over de afgelopen periode. Op basis hiervan zal een nieuw jeugdpact worden uitgewerkt.