Om de 3 jaar nodigt Vlaanderen de 308 gemeenten uit om een gemeentelijke jeugdbeleidsplan op te stellen. In ruil voor dit plan ontvangt de gemeente subsidies van de Vlaamse overheid...
Om de 3 jaar nodigt Vlaanderen de 308 gemeenten uit om een gemeentelijke jeugdbeleidsplan op te stellen. In ruil voor dit plan ontvangt de gemeente subsidies van de Vlaamse overheid. De regeling van deze samenwerking is concreet opgenomen in het Vlaamse decreet op het gemeentelijk jeugdbeleid.
Het gemeentelijk jeugdbeleidsplan moet tot stand komen met inspraak van
In het jeugdbeleidsplan moeten 2 hoofdstukken opgenomen worden:
In beide hoofdstukken is er een driejaarlijkse prioriteit voorzien. Voor de periode 2008-2010 wordt er speciale aandacht gevraagd voor jeugdwerkinfrastructuur en jeugdinformatie. Hiervoor worden dan extra middelen voorzien.
Het decreet voorziet structurele 'impulsen toegankelijkheid' voor gemeenten die meer dan gemiddeld te maken hebben met kinderen en jongeren uit maatschappelijk kwetsbare situaties.
Tot slot moet ook een financieel overzicht aanwezig zijn het het plan.
Als de gemeente, zelfs na aanmaning door de Vlaamse overheid, geen jeugdbeleidsplan opmaakt, kan het jeugdwerk in die gemeente zelf een plan opstellen. Dit plan wordt beperkt tot de ondersteuning van het jeugdwerk. Het voorziene bedrag wordt hierdoor teruggebracht tot 80 %.
De jeugdraad of het jeugdwerk die zich benadeeld voelen door de manier waarop de gemeente het jeugdbeleidsplan vorm geeft, kunnen bij de Vlaamse administratie bezwaar aantekenen bij: