De laatste week regent het opmerkingen op het werken met lokale jeugdbeleidsplannen. Het
memorandum van de Vlaamse Vereniging voor steden en gemeenten (
VVSG) was de voorbode van een hele rits commentaren van burgemeesters en anderen die ogenschijnlijk met weinig kennis ter zake kind en badwater samen weggooien. Als kennis- en expertisecentrum voor jeugd, jeugdwerk en
jeugdbeleid wil
Steunpunt Jeugd ingaan tegen een aantal foute berichten die de laatste weken in de media verschenen en enkele zaken correct weergeven.
Zowel de Brugse burgemeester Patrick Moenaert als de burgemeester van Oudenaarde, Marnic De Meulemeester spreken van jaarlijkse jeugdbeleidsplannen. Dit is pertinent onwaar en met dergelijke argumenten wordt de discussie niet langer eerlijk gevoerd. Ter informatie: jeugdbeleidsplannen worden 3 jaarlijks geschreven. Voor een dergelijke driejaarlijkse planmatige aanpak is ook wel heel wat te zeggen.
Participatie, in de zin van betrokkenheid van kinderen, jongeren (zonder stemrecht) en hun verenigingen bij het beleid, is het centraal idee bij de opmaak van deze plannen. De praktijk leert ons dat het geen eenvoudige oefening is om deze betrokkenheid vorm te geven. We hebben dan ook ernstige twijfels of de betrokkenheid van kinderen en jongeren voldoende adequaat zal worden vormgegeven bij de opmaak van het beleid.
Het
VVSG memorandum is een mooi voorbeeld van hoe één groot plan kan leiden tot een verschraling. Het lokale
jeugdbeleid wordt er consequent gereduceerd tot een onderdeel van vrijetijdsbeleid, dit in tegenspraak met de intenties van de decreetgever die streeft naar een
jeugdbeleid over alle sectoren heen.
Jeugdbeleid is zo veel meer dan speelpleintjes, een lokaal voor de
jeugdbeweging en het organiseren van speelstraten. Wij zijn alvast blij dat de decreetgever de keuze voor het voeren van een
breed jeugdbeleid stimuleert bij de lokale besturen. Een lokale omgeving waarin kinderen en jongeren mogen meespreken en denken over mobiliteit,
ruimtelijke ordening,…
Planlast en de overrompeling aan regels zijn de steeds weerkerende argumenten tegen de opmaak van dit soort plannen. In 2006 nog was er een decreetwijziging die tegemoet kwam aan het gepercipieerde probleem van de overreglementering. Het jaarplan en jaarverslag werden vervangen door de
verantwoordingsnota, er werd van 8 naar 2 hoofdstukken gegaan,… Wij vinden het een logische keuze dat de Vlaamse overheid, in ruil voor de toch niet onaanzienlijke budgetten (+62% de laatste 10 jaar) die ze ter beschikking stelt, een minimale controle eist.
Het spook van de demagogie loert bij wijlen vaak om de hoek. Burgemeester Moenaert verklaart dat je als gemeente 100 pagina’s moet schrijven om voor subsidiëring in aanmerking te komen. Tenzij er voor Brugge nu al een ander
decreet zou gelden, dat bij ons onbekend is, staat deze verplichting nergens in het
decreet. Gemeentes kunnen er voor kiezen om jeugdbeleidsplannen, uit te schrijven op veel minder papier. Dit is trouwens een expliciete vraag vanuit de Vlaamse overheid.
Het schrijven van een lokaal
jeugdbeleidsplan is zelfs geen verplichting. De steden en gemeentes kiezen er zelf voor om zo’n plan te schrijven in ruil voor Vlaamse middelen. Misschien moeten de steden en gemeenten die het sop de kool niet waard vinden bij een volgende ronde dan maar beslissen om geen plan in te dienen en dat motiveren naar hun burgers.
We onderschrijven het pleidooi van de steden en gemeentes naar het beperken van een overdosis regels die uit andere beleidsdomeinen eigenlijk en –niveaus komt. Heel wat van de extra regels en de daaraan verbonden administratieve last komen van buiten het
decreet lokaal
jeugdbeleid en hebben niets te maken met lokale jeugdbeleidsplannen. Je werkt de administratieve last dan ook niet weg door lokale jeugdbeleidsplannen af te schaffen.
Als
Steunpunt Jeugd willen we dan ook een oproep doen aan
VVSG en de lokale besturen om samen mee te zoeken naar minder lasten en meer lusten maar wel het kind te sparen. Wij blijven alvast geloven in een
breed jeugdbeleid waar kinderen, jongeren en hun verenigingen aan meeschrijven in een apart
jeugdbeleidsplan.
Kris Lamberts
Directeur Steunpunt jeugd