Tussen alle politieke beslommeringen van eind vorig jaar door heeft het parlement toch de tijd gevonden voor een opmerkelijk besluit. De rechten van het kind zoals omschreven in artikel 22bis van de grondwet werden aanzienlijk uitgebreid. Sinds 2000 waarborgt artikel 22bis van de Grondwet het recht van elk kind op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. Hiermee werd een belangrijke eerste stap gezet, ook omdat voorheen kinderen als aparte groep niet voorkwamen in de Grondwet.
Voortaan zal onze Grondwet niet enkel het recht van kinderen op bescherming (protection) waarborgen, maar ook op voorzieningen en diensten die hun ontwikkeling bevorderen (provisions). Verder vermeldt het artikel dat het kind het recht heeft zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die hem aanbelangen. Er moet rekening mee worden gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en onderscheidingsvermogen (participation). Tot slot is toegevoegd dat het belang van het kind de belangrijkste overweging moet zijn bij elke beslissing die het kind aanbelangt.
Het voorstel tot herziening van art. 22bis dateert reeds van de vorige legislatuur. De tekst werd quasi unaniem aangenomen door de Senaat, maar raakte niet meer door de Kamer. Het voorstel werd na de verkiezingen opnieuw ingediend en is nu dus opgenomen in de grondwet. De opname van de kinderrechten in de grondwet is een belangrijk politiek signaal. Dit verhoogt hopelijk ook hun juridische zichtbaarheid én belang. Met deze aanpassing zijn nu de 3 'P's' (protection, provision, participation) uit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het
Kind in de Belgische Grondwet verankerd.
Bron:
VVJ, Lopend vuur, e-zine, januari 2009